Het RIVM onderzoekt of een slechte luchtkwaliteit zorgt voor meer coronabesmettingen en of de ziekte COVID-19 daardoor ernstiger verloopt. Deze kennis helpt bij de aanpak van vergelijkbare infectieziekten in de toekomst. In dit onderzoek kijken we onder andere naar de kwaliteit van de lucht in relatie tot de hoeveelheid en oorzaken van de besmettingen met het coronavirus. Het RIVM doet dit onderzoek samen met Universiteit Utrecht, Wageningen University & Research en GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst (Gemeentelijke Gezondheidsdienst) GHOR Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio) Nederland. De resultaten worden naar verwachting in 2023 gepubliceerd.

Aanleiding

In Nederland kwamen aan het begin van de corona-epidemie veel besmettingen voor in gebieden waar de luchtkwaliteit slechter is door veehouderij. Ook zijn er internationale onderzoeken waar een verband is gelegd tussen een slechtere luchtkwaliteit en COVID-19. Het leek er dus op dat luchtvervuiling zorgt voor meer besmettingen met het coronavirus SARS severe acute respiratory syndrome (severe acute respiratory syndrome)- CoV coronavirus (coronavirus)-2. Ook leken mensen op plaatsen waar de lucht vuiler is, er zieker van te worden. Er waren veel vragen over in de maatschappij, media en politiek.

Later waren er ook veel besmettingen in gebieden met een slechtere luchtkwaliteit, maar met weinig tot geen veehouderij, én in gebieden waar de luchtkwaliteit niet slecht was. Met het onderzoek naar luchtkwaliteit en COVID-19 willen we de vraag beantwoorden of een slechte luchtkwaliteit in verband staat met meer besmettingen met het coronavirus en ernstiger verloop van de ziekte COVID-19 in Nederland.

Aanpak

Het RIVM begon dit onderzoek in 2021. We doen onderzoek naar alle belangrijke bronnen van luchtvervuiling. Daarnaast houden we ook rekening met de verschillende fasen van de corona-epidemie, evenals de dynamiek van besmetting tussen mensen, het testbeleid, de coronamaatregelen en de demografische en persoonlijke kenmerken van de bevolking. We maken voor het onderzoek gebruik van gegevens over de luchtkwaliteit en over het vóórkomen en verloop van COVID-19 in Nederland. Dat zijn het aantal mensen dat COVID-19 krijgt en hoe ziek ze ervan worden.

We doen naar het effect van een kortere periode van luchtverontreiniging op COVID-19 en naar het effect van langdurige blootstelling aan luchtverontreiniging op COVID-19. In dit onderzoek gebruiken we gegevens van individuele patiënten. Dat maakt het mogelijk om op een gedetailleerd niveau de relatie te leggen met (bronnen van) luchtvervuiling. Het onderzoek bestaat uit verschillende deelstudies. Eerst verzamelen we gegevens over luchtvervuiling en COVID-19. Daarna vergelijken we deze gegevens met elkaar. Zo kunnen we zien of er een verband is tussen luchtvervuiling en COVID-19. We beschrijven en onderbouwen deze resultaten. Dat alles leggen we vast in één eindrapport. Dat rapport verschijnt naar verwachting in 2023.

Samenwerking

Het RIVM voert dit onderzoek samen uit met GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst (Gemeentelijke Gezondheidsdienst) GHOR Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio) Nederland, Universiteit Utrecht en Wageningen University & Research ( WUR Wageningen University & Research (Wageningen University & Research)). Om de kwaliteit van het onderzoek te bewaken, is er een wetenschappelijke adviescommissie ingesteld. Dit is een commissie met experts op het gebied van luchtkwaliteit en infectieziekten. Daarnaast is er een maatschappelijke klankbordgroep samengesteld. De mensen in deze klankbordgroep vertegenwoordigen bijvoorbeeld gemeenten, provincies, het bedrijfsleven en patiëntenorganisaties.

Klankbordgroepen

De wetenschappelijke adviescommissie denkt mee met de onderzoeksgroep over de wetenschappelijke kwaliteit, aanpak en interpretatie van de resultaten.
De maatschappelijke klankbordgroep denkt niet mee over de wetenschappelijk aanpak en resultaten, maar toetsen of het onderzoek antwoord geeft op de vragen die leven in de maatschappij. Ook kijken ze mee met de begrijpelijkheid van de informatie en communicatie over de uiteindelijke eindresultaten.