De uitbraak van het coronavirus en de maatregelen die daarvoor zijn genomen, hebben veel impact op de volksgezondheid. De komende vijf jaar wordt deze impact onderzocht in de Integrale Gezondheidsmonitor COVID-19. Eén van de onderzoeken die binnen dit programma wordt uitgevoerd, is een literatuurstudie. Het Nivel en het RIVM bekeken nationale en internationale wetenschappelijke literatuur over de gevolgen van de coronapandemie voor de fysieke en mentale gezondheid.

Tweede literatuurstudie

Op 31 oktober 2022 is de tweede literatuurstudie gepubliceerd. Hieronder lees je een korte samenvatting.

De corona-epidemie heeft effecten op de gezondheid, zowel lichamelijk, als geestelijk en sociaal. Dat kan direct komen door een besmetting met het coronavirus, maar ook indirect door de coronamaatregelen of de dreiging van de crisis. Om de impact van de coronacrisis in beeld te krijgen is het daarom belangrijk om verder te kijken dan alleen de gezondheidseffecten van de infectieziekte. Een brede aanpak is nodig om voor- en nadelen van maatregelen grondig af te wegen en zo de negatieve effecten zo veel mogelijk te voorkomen of te beperken.

Dit en meer blijkt uit de tweede inventarisatie van nationale en internationale onderzoeksresultaten over de gezondheidseffecten van de coronacrisis in 2020 en 2021. Dit keer is gekeken naar de effecten bij de hele bevolking, na de eerste inventarisatie over de jeugd.

Het onderzoek bevestigt de eerdere conclusie dat de negatieve impact groter is bij kwetsbare groepen in de Nederlandse samenleving, zoals mensen met een laag inkomen. Het is mogelijk dat hierdoor de gezondheidskloof tussen bevolkingsgroepen groter is geworden.

Ook zijn bepaalde leeftijdsgroepen harder geraakt. Zo hebben jongeren (tot 17 jaar) en jongvolwassenen (18 tot 25 jaar) vaker last van depressieve gevoelens en angst dan voor de epidemie. Jongvolwassenen en ouderen hebben meer last van eenzaamheid. De studieresultaten van leerlingen op de middelbare school en het hoger onderwijs waren slechter.

De uitgestelde zorg en late diagnoses bij bepaalde ziekten (vooral kanker) hebben veel effect gehad op de gezondheid. Dit was vooral zo bij mensen die al ziek waren of tijdens de pandemie ziek zijn geworden. De gezonde levensjaren die hierdoor verloren zijn gegaan zijn niet in te halen.

Verder blijkt de helft van de mensen drie maanden na een coronabesmetting nog steeds lichamelijke klachten te hebben, zoals vermoeidheid. Ook zijn veel mensen die in de zorg werken lichamelijk en geestelijk overbelast geraakt.
Dit onderzoek is onderdeel van de Integrale Gezondheidsmonitor COVID-19, waarmee de lichamelijke, geestelijke en sociale effecten van de coronacrisis tussen 2021 en 2025 in kaart worden gebracht. Het netwerk GOR-COVID-19 voert de monitor uit. Dit netwerk bestaat uit het Nivel, het RIVM, ARQ Nationaal Psychotrauma Centrum (Nationaal Psychotrauma Centrum ), GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst (Gemeentelijke Gezondheidsdienst) GHOR Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio) Nederland en de 25 regionale GGD’en.

Dit onderzoek werd uitgevoerd voor de Integrale Gezondheidsmonitor COVID-19. Het netwerk Gezondheidsonderzoek bij Rampen (GOR) – dat bestaat uit het Nivel, RIVM, ARQ, de lokale GGD’en en GGD GHOR Nederland – voert deze monitor uit. Dit project wordt gesubsidieerd door ZonMw Nederlandse organisatie voor gezondheidsonderzoek en zorginnovatie (Nederlandse organisatie voor gezondheidsonderzoek en zorginnovatie) namens het ministerie van VWS Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ).