Het Handboek Omgevingsveiligheid biedt methoden om invulling te geven aan het omgevingsveiligheidsbeleid. Het gaat er hierbij om of er bij de inrichting van een gebied extra aandacht nodig is voor de bescherming van mens en milieu.  Het handboek bestaat uit toelichtingen en stappenplannen en is bedoeld voor bestuurders, burgers, gebiedsontwikkelaars en andere deskundigen die betrokken zijn bij de ontwikkeling, uitvoering en handhaving van het omgevingsveiligheidsbeleid. Het RIVM heeft het handboek opgesteld in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

Deze pagina vormt de inleiding van het Handboek Omgevingsveiligheid en bevat de volgende onderdelen:

Doel van het handboek

Het Handboek Omgevingsveiligheid helpt om invulling te geven aan het omgevingsveiligheidsbeleid en heeft daarbij twee doelen:

  1. Het handboek biedt informatie over hoe het omgevingsveiligheidsbeleid is opgebouwd en wie welke rol heeft. Met deze achtergrondinformatie kunnen het bevoegd gezag, beleidsmakers en andere belanghebbenden hun keuzes rond omgevingsveiligheid inhoudelijk motiveren. Het handboek maakt geen beleidsmatige en bestuurlijke keuzes. Deze keuzes zijn de verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag.
  2. Het handboek biedt methoden om invulling te geven aan het omgevingsveiligheidsbeleid. Het handboek biedt bijvoorbeeld hulpmiddelen om vast te stellen of in een gebied extra aandacht nodig is voor bescherming tegen brand, explosie of gifwolk als gevolg van een mogelijk ongeval met gevaarlijke stoffen. Ook biedt het handboek handvatten om maatregelen te kiezen die gebruikt kunnen worden bij het bieden van zinvolle en haalbare bescherming. Door deze methoden vast te leggen, kunnen overal in Nederland dezelfde technische toepassingen worden gebruikt. De methoden zijn zo vorm gegeven dat ze ruimte bieden om (lokaal) beleidskeuzes te maken op basis van bijvoorbeeld de omgevingsvisie.

Status van het Handboek

Het handboek is geschikt om te gebruiken als inhoudelijke argumentatie bij jurisprudentie, mochten verschillen van inzicht leiden tot een rechtsgang.  In de Nota van toelichting van het Bkl Besluit kwaliteit leefomgeving (Besluit kwaliteit leefomgeving) (te vinden via IPLO of overheid.nl) is aangegeven dat het RIVM in opdracht van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat een handreiking opstelt voor het bepalen van aandachtsgebieden en toepassen van omgevingsmaatregelen, zodat in aandachtsgebieden een zo effectief mogelijke bescherming kan worden geboden. Dit is het Handboek Omgevingsveiligheid geworden. Het handboek als geheel moet daarmee gezien worden als een set van handvatten, bedoeld voor uniformiteit en de kwaliteit, die bekend moeten zijn bij ieder die met aandachtsgebieden werkt of omgevingsmaatregelen toepast.  

Enkele delen van het handboek zijn aangewezen in de omgevingsregeling en het toepassen van die onderdelen van het handboek is dus verplicht. In de Omgevingsregeling zijn in Artikel 4.12 (methode berekenen afstanden aandachtsgebieden) en Artikel 8.7 en Artikel 12. 2 de stappenplannen voor het bepalen van de aandachtsgebieden aangewezen met de bijbehorende rekenvoorschriften en rekenpakketten. 

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is verantwoordelijk voor het omgevingsveiligheidsbeleid en de politieke en beleidsmatige keuzes die daarin gemaakt worden. Dit beleid wordt vastgelegd in het systeem van de Omgevingswet waarmee het een juridische status krijgt. Het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO) informeert over de juridische uitleg en praktische toepassingen van de Omgevingswet, de onderliggende regelgeving en de digitale voorzieningen. Het handboek  verwijst naar het IPLO voor nadere (juridische) uitleg over de wet- en regelgeving.  

In opdracht van IenW Infrastructuur en Waterstaat (Infrastructuur en Waterstaat) heeft het RIVM het Handboek Omgevingsveiligheid ontwikkeld. Daarmee levert het RIVM onafhankelijke kennis over omgevingsveiligheid. Deze technische kennis en wetenschappelijke inzichten kunnen (en in het geval van de aangewezen delen: moeten) worden betrokken bij het maken en uitvoeren van het beleid, bij het onderbouwen van beleidsmatige en bestuurlijke keuzes en de beantwoording van vragen. Vragen over of aanvullingen op het handboek kunt u stellen en doorgeven aan het RIVM. 

Kennisvragen kunnen voortkomen uit beleidskeuzes en –belangen. Daarom dienen ‘belangen’ en ‘inhoud’ helder onderscheiden te zijn. Het is aan belanghebbenden zoals burgers, ontwikkelaars, veiligheidsregio’s, omgevingsdiensten en het bedrijfsleven om hun belangen in te brengen bij het bevoegd gezag en IenW. De controle en validatie van de inhoudelijke methoden en informatie ligt bij het RIVM. 

Maatregelenwiki 

Het RIVM biedt een platform om kennis over de ontwikkeling en uitvoering van omgevingsveiligheid te delen: de Maatregelenwiki. Dit platform bestaat uit praktijkvoorbeelden op het gebied van omgevingsveiligheid, die door verschillende personen en organisaties zijn ingediend. Het doel van het platform is om inzicht te bieden in maatregelen die kunnen worden getroffen om de omgeving veiliger te maken en bescherming te bieden tegen de mogelijke gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen. Deze dienen ter inspiratiebron om het omgevingsveiligheidsbeleid te ontwikkelen en uit te voeren.  

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is verantwoordelijk voor het omgevingsveiligheidsbeleid en de beleidskeuzes die daarin gemaakt worden. In opdracht van IenW heeft het RIVM het Handboek Omgevingsveiligheid geschreven. Daarmee levert het RIVM onafhankelijke kennis over omgevingsveiligheid. Deze technische kennis en wetenschappelijke inzichten kunnen worden betrokken bij het maken en uitvoeren van het beleid, bij het onderbouwen van beleidsmatige en bestuurlijke keuzes en de beantwoording van vragen. Vragen over of aanvullingen op het handboek kunt u doorgeven aan het RIVM via omgevingsveiligheid@rivm.nl.

Kennisvragen kunnen voortkomen uit beleidskeuzes en –belangen. Daarom is een helder onderscheid tussen ‘belangen’ en ‘inhoud’ nodig. Het is aan belanghebbenden zoals burgers, ontwikkelaars, veiligheidsregio’s, omgevingsdiensten en het bedrijfsleven om hun belangen in te brengen bij het bevoegd gezag en IenW. De controle en validatie van de inhoudelijke methoden en informatie ligt bij het RIVM.

Eerdere versies van het handboek

Het Handboek Omgevingsveiligheid is een levend document en sluit zoveel mogelijk aan bij de recente inzichten. Om te zorgen dat u altijd kunt zien wat het verschil is met eerdere versies wordt het handboek dagelijks gearchiveerd, zo kunt u terugvinden wat er op een specifieke datum in het handboek stond. Het archief vanaf 10 november 2022 kunt u terug vinden in de voettekst. De versies van het handboek tot en met 10 november 2022 zijn hier gearchiveerd

Wilt u per e-mail geïnformeerd worden over wijzigingen aan of aanvullingen op het Handboek Omgevingsveiligheid? Meld u dan aan voor de maillijst via het aanmeldformulier.

Productie, opslag, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen moet veilig worden uitgevoerd. Daarom zijn er op nationaal, provinciaal en lokaal niveau regels en vergunningen die daartoe verplichten. Als er toch een ongeval plaatsvindt, moet de omgeving tegen de gevolgen van een brand, explosie of gifwolk beschermd zijn. Hier richt Omgevingsveiligheid zich op door een balans te vinden tussen economische activiteiten met gevaarlijke stoffen en de inrichting van de omgeving.

De activiteit met gevaarlijke stoffen zelf is gereguleerd via een vergunning of regeling. Zo moeten bijvoorbeeld de installaties die bij de activiteit horen aan bepaalde eisen voldoen en moeten transportmiddelen veilig zijn. Het doel van deze eisen is een veilige bedrijfsvoering en het voorkomen en/of beperken van ongevallen en mogelijke gevolgen binnen en buiten de activiteit.

In Nederland is er beperkt ruimt voor wonen én werken. Mensen willen gezond en veilig leven en bedrijven willen ruimte houden voor (economische) groei. Deze balans tussen ruimte voor ontwikkeling en het waarborgen van een veilige leefomgeving is het onderwerp van het omgevingsveiligheidsbeleid.

Omgevingsveiligheidsbeleid biedt de kaders waarmee een gebied zo ingericht kan worden dat mensen die er wonen of werken voldoende zijn beschermd bij ongevallen met gevaarlijke stoffen. De betekenis van ‘voldoende bescherming’ kan in een woonwijk anders zijn dan op een industrieterrein. Door vooraf na te denken over bescherming en doeltreffende maatregelen te nemen, kunnen mensen die in het gebied wonen of werken worden beschermd. Dit kan bijvoorbeeld door afstand te houden of mensen in het gebied de mogelijkheid te bieden om te vluchten of schuilen. Het 'plaatsgebonden risico' en 'aandachtsgebieden' zijn instrumenten van het omgevingsveiligheidsbeleid waarmee invulling gegeven wordt aan het beschermen van de omgeving.