Na vijf jaar onderzoek organiseerden we een symposium over Crisis en weerbaarheid, om terug te blikken en vooruit te kijken. Dit verslag gaat over de inbreng van de deelnemers op dit symposium. Van tevoren hoopten de deelnemers van het symposium vooral op inspiratie voor het versterken van weerbaarheid, en ook hoopte een deel op praktische handvatten en reflectie op hoe crisis ons als samenleving vormen. Ze verwachtten een dag vol inspiratie, kennis, hoop, verbinding, nieuwe inzichten, uitwisseling, netwerken, reflectie en gezelligheid.
Inbreng vanuit de zaal werd opgehaald via Mentimeter en met een microfoon die de dagvoorzitter door de zaal liet gaan. De eerste inhoudelijke stelling was ‘Ik voelde mij als burger goed gezien tijdens de coronapandemie’. 200 van de aanwezigen brachten een stem uit: 57% was het eens, 43% oneens met de stelling. De vraag ‘waarom voelde je je wel of niet gezien’ laat net als eerdere resultaten uit het Gezondheidsonderzoek COVID-19 zien dat de dagelijkse werkelijkheid tijdens de pandemie enorm verschilde van persoon tot persoon. De mensen die zich gehoord voelden, plaatsten daar de kanttekening bij dat ze bij een bevoorrechte groep horen, zelf nauw betrokken waren bij het coronabeleid, zich goed geïnformeerd voelden, het zelf prima redden tijdens de pandemie, zich wel als groep maar niet als individu gezien voelden, en het gevoel hadden dat de overheid het beste met hen voor had: “omdat het beleid voor en door mijn bubbel was gemaakt”, “veel informatie omdat ik de bestrijding werkte”, “veel naar buiten geweest en aangepast in de situatie”, “ik heb een essentieel beroep dus alles liep (relatief) gewoon door” en “overheid en instanties waren hard voor mij en anderen aan de slag”. Anderen voelden zich minder gezien omdat er weinig inspraak was en ze zich niet gehoord voelden als middelbare scholier, student, jonge ouder, alleenstaande of chronisch zieke: “ik miste de dialoog en vond het top down vanuit een machtsstructuur”, “te weinig aandacht voor mensen”, “er werden limitaties gelegd op zaken die voor mij het allerbelangrijkst waren”, “alleenstaand zonder kinderen werd heel eenzaam”, “student”, “moeilijk uitvoerbare maatregelen” en “moest zelf maar regelen hoe ik én moest werken én voor de kinderen moest zorgen”.
Later op de dag waren er panelgesprekken, waarna ook alle symposium deelnemers weer via Mentimeter konden inbrengen wat er volgens hen bovenaan onze to-do-lijst moet staat bij een volgende crisis. De antwoorden geven een beeld van de opbrengst van het symposium. Vaakst genoemd wordt sociale cohesie, zoals gemeenschapszin, verbinding onderling als burgers en professionals en aandacht voor sociale vorming in het onderwijs. Vier citaten hierbij: “Buren, hoe gaat het daar?”, “koffie drinken,” “aandacht voor mentaal welzijn en sociale structuren” en “veiligheid waarborgen en direct daarna de mens centraal”. Sociale cohesie moet ook niet alleen op gang komen in reactie op eenzijdige crisiscommunicatie maar juist omdat inwoners betrokken worden in de besluitvorming, er geluisterd wordt en er plaats is voor burgerinitiatieven van mensen die zelf actief aan de slag gaan. Zo wordt ook het vertrouwen teruggewonnen. Ook valt het op dat communicatie vaak wordt genoemd, aandacht voor een gezamenlijk verhaal, met weloverwogen besluiten en vanuit kennis over gedrag. Daarnaast noemen ook mensen dat nog steeds meerdere kwetsbare groepen in het oog gehouden moeten worden, waarbij we nu weten dat jongeren ook een kwetsbare groep kunnen zijn. Meteen starten met meten en behoefte-uitvragen is daarbij ook een wens en meer samenwerkingen en uitwisseling tussen onderzoek, beleid en praktijk.
Nog een opbrengst van het symposium is EN-EN-denken, zoals in reactie op de stelling ‘we moeten inzetten op mentale gezondheid van de gehele bevolking. Voldoende IC (Intensive care) capaciteit komt op de 2e plaats’, waarbij een groot deel van de zaal oneens was omdat het even belangrijk is, IC-capaciteit voor de korte en mentaal welzijn voor de lange termijn, en van de crisis afhangt. Interessant zijn hier ook de tegengestelde meningen, waar de ene zegt “mentale gezondheid kun je later weer opkrikken” zegt de ander “de impact van mentale schade is enorm en duurzaam”.
Samenvattend valt in de antwoorden op dat veel symposium deelnemers het belang inzien van sociale cohesie, mentale gezondheid en aandacht voor wat je als burger en professional zelf kunt doen bij een ramp of crisis.