Tussen december 2023 en juni 2025 gaf steeds drie procent van de volwassenen aan dat ze langdurige klachten ervaarden na een coronabesmetting. Als klachten na een coronabesmetting langer dan drie maanden duren, wordt dit ook wel post-covid of long-COVID genoemd. Bijna een kwart van deze volwassenen kon door hun klachten nauwelijks meer doen wat ze graag wilden doen. Zo kon bijvoorbeeld een derde door hun klachten minder tot niet meer werken. Anderen konden deels of bijna volledig doorgaan met hun dagelijks leven.
Daarnaast was drie procent van de volwassenen hersteld van post-covid. De meesten van hen waren hersteld binnen een jaar nadat ze klachten kregen, maar sommigen waren hersteld te zijn nadat ze meer dan drie jaar post-covid hadden gehad.
Hoe vaak het voorkomt
Van de volwassenen gaf drie procent aan dat ze post-covid hadden en nog eens drie procent gaf aan dat ze post-covid hadden gehad, maar daarvan waren hersteld.
Beperking in het dagelijks leven
Meestal voelde ongeveer een kwart (24 procent) van de volwassenen met post-covid zich door hun klachten erg beperkt in het dagelijks leven (zie grafiek links). Alleen in december 2024 was dit percentage een stuk hoger (30 procent). In juni 2025 gaf daarnaast 33 procent aan dat ze matig tot redelijk beperkt werden door hun klachten en voelde 43 procent zich weinig tot niet beperkt.
Onder volwassenen die hersteld waren, waren de percentages vergelijkbaar voor hoeveel ze zich destijds beperkt hadden gevoeld door hun klachten (zie grafiek rechts).
grafieken Invloed post-covid
Klachtenduur
In juni 2025 had een derde van de volwassenen met post-covid al langer dan vier jaar klachten, en een kwart tussen de drie en de vier jaar (zie grafiek). Daarmee vergeleken hadden van post-covid herstelde volwassenen vaak veel korter klachten gehad: driekwart was binnen een jaar hersteld. Wel gaf in totaal zeven procent aan dat ze hersteld waren van klachten die langer dan drie jaar hadden aangehouden.
Diagnose
De diagnose post-covid werd vaak door een huisarts gesteld. Hoewel de percentages wat schommelen, gaven in latere metingen relatief iets meer volwassenen aan dat ze een diagnose van huisarts of medisch specialist hadden. Daarnaast dacht in eerdere rondes een derde zelf dat ze post-covid hadden, vergeleken met een kwart die in juni 2025 dacht dat ze post-covid hadden zonder dat dit officieel was vastgesteld. Volwassenen die inmiddels van hun klachten waren hersteld, kregen destijds iets minder vaak een officiële diagnose.
Contact met zorgverleners
Volwassenen met post-covid en volwassenen die daarvan hersteld waren hadden het vaakst contact met de huisarts. Met andere (tweedelijns) zorgverleners hadden herstelde volwassenen veel minder vaak contact. Waarschijnlijk komt dit vooral omdat deze groep meestal korter en minder ernstige klachten had. Volwassenen die nog post-covid hadden, hadden juist vaker contact met verschillende zorgverleners (zie grafiek).
Zorgverleners en post-COVID
Mantelzorg ontvangen
Of en welke hulp volwassenen met post-covid in de voorgaande drie maanden hadden gekregen van een familielid of bekende, verschilde per meetmoment. Emotionele steun en huishoudelijke hulp werden het vaakst ontvangen, hulp bij praktische dingen iets minder en lichamelijke verzorging het minst (zie grafiek).
longcovid mantelzorg
Sla de grafiek 'Hulp krijgen bij post-covid' over en ga naar de datatabelHuishoudelijke hulp was bijvoorbeeld stofzuigen, boodschappen doen of het klaarmaken van eten. Hulp met praktische dingen ging bijvoorbeeld over meegaan met bezoeken aan de huisarts of ondersteuning bij wandelen. Lichamelijke verzorging kon bijvoorbeeld hulp bij het douchen of het nemen van medicijnen zijn.
Werk
Van de volwassenen met post-covid kon in juni 2025 36 procent evenveel werken als voordat hun klachten begonnen, en werkte in totaal 16 procent minder dan eerst. Verder was 9 procent volledig ziekgemeld en gaf 8 procent aan dat ze waren gestopt met werk. Hoewel er wat verschillen zijn, waren de verhoudingen tussen wel werken en ziekgemeld of gestopt met werken in september en december 2024 vergelijkbaar (zie grafiek).
Opleiding en studie
Het grootste deel van de volwassenen met post-covid volgde geen opleiding of studie (tachtig procent). Volwassenen die wel studeren of een opleiding volgen, konden daar meestal evenveel tijd aan besteden als voordat ze post-covid klachten kregen.
Door hun post-covid liepen sommige volwassenen studievertraging op of kregen ze een achterstand op hun opleiding (zie grafiek).
Extra onderzoeksvragen
Mensen met post-covid hadden behoefte aan sociale en medische erkenning. Daarnaast schreven volwassenen met post-covid dat ze het misten om mee te kunnen doen aan de maatschappij en het sociale leven. Door een tekort aan energie hadden zij minder contact met vrienden en familie en konden ze niet meedoen aan activiteiten van werk, sport of verenigingen. Daarnaast was er niet altijd begrip en erkenning voor wat ze meemaakten. Verder had een derde ervaren dat zorgprofessionals en familie of andere mensen om hen heen hun klachten niet serieus namen.
- Hoe heeft long-COVID invloed op uw leven? (juni 2023)
- U hebt aangegeven dat u minder werkt of bent gestopt met werken doordat u post-covid heeft. Kunt u inmiddels weer meer werken? (juni 2024)
- Hoe heeft long-COVID invloed op uw sociale contacten? (december 2024)
- Welke hulp of steun had u graag gehad voor post-covid, maar heeft u niet ontvangen? (december 2024)
- Welke behandelingen heeft u gehad voor post-covid? (december 2024 en juni 2025)
- Bent u positief getest op corona voordat u post-covid kreeg? (juni 2025)
- Wanneer zijn uw post-covid klachten begonnen? (juni 2025)
- Waarom maakt u zich zorgen om post-covid te krijgen? (juni 2025)
- Heeft u in de afgelopen drie maanden mantelzorg gegeven aan een dierbare met post-covid? (juni 2025)
- Belasting van post-covid mantelzorgers, zoals ik kom hierdoor te weinig aan mijn eigen leven toe en de situatie eist voortdurend mijn aandacht (juni 2025)
- Sociale erkenning van post-covid, zoals de meeste mensen kunnen niet begrijpen wat ik meemaak en mijn familie toont veel begrip voor mijn situatie (juni 2025)