Tussen de drie en vijf procent van de jongeren gaf aan dat ze langdurige klachten ervaren na een coronabesmetting. Als klachten na een coronabesmetting langer dan drie maanden duren, wordt dit ook wel post-covid of long-COVID genoemd. Een vijfde tot een kwart van hen kon door hun klachten nauwelijks meer doen wat ze graag willen doen, terwijl anderen deels of bijna volledig konden doorgaan met hun dagelijks leven. Toch hadden hun klachten voor ruim twee derde wel invloed op hun school of opleiding; een deel volgde minder lessen, maar ongeveer een vijfde was volledig ziekgemeld of uitgeschreven.

Naast de drie tot vijf procent die nog klachten had, was acht tot tien procent inmiddels hersteld van post-covid. Het meeste herstel gebeurde binnen een half jaar nadat de klachten waren begonnen. Ook gaven een paar jongeren aan dat ze hersteld waren nadat ze meer dan drie jaar post-covid hadden gehad.

Hoe vaak het voorkomt

Zo'n drie tot vijf procent van de jongeren gaf aan langdurige klachten te ervaren en acht procent gaf aan deze klachten te hebben ervaren, maar inmiddels te zijn hersteld. Zij kregen daarna ook aanvullende vragen over de impact van post-covid op hun leven. Ook in juni en december 2023, toen deze vraag nog anders werd gesteld, gaf twee en later vijf procent aan dat ze post-covid hadden. Welk percentage jongeren invult dat ze post-covid hebben, wisselt dus wat per ronde, maar schommelt sinds september 2024 rond de drie procent (zie grafiek). 

Beperking in het dagelijks leven

Sommige jongeren konden door hun klachten nauwelijks meer doen wat ze graag willen doen, terwijl anderen wel grotendeels kunnen doorgaan met hun dagelijks leven. In 2025 daalde het percentage dat zich erg beperkt voelde door hun klachten (zie grafiek). Ook onder jongeren die aangaven inmiddels hersteld te zijn van post-covid nam de ernst van de klachten af.

Klachtenduur

In de laatste meting leek het aantal jongeren dat post-covid had opgelopen in het voorgaande jaar iets te zijn toegenomen, van 43 procent in september 2024 naar 48 procent in september 2025. Het gaat om mensen met en zonder diagnose (zie Diagnose post-covid). Wel gaf steeds meer dan de helft aan dat ze al langer dan een jaar klachten hadden.

Daarnaast bleek dat het meeste herstel van post-covid binnen een jaar plaatsvond. In september 2025 gaf tachtig procent van de herstelde jongeren aan dat ze korter dan een jaar post-covid hadden gehad. Er herstelden ook jongeren van post-covid nadat ze jarenlang klachten hadden gehad (zie grafiek).

Diagnose

De diagnose post-covid werd door verschillende deskundigen gesteld. Door de tijd heen is te zien dat een groter deel van de jongeren met post-covid een diagnose hadden. Hoewel steeds de meeste jongeren een diagnose hadden van de huisarts, kwam gaandeweg de diagnose vaker van een medisch specialist (zie grafiek). Van herstelde jongeren gaf rond de 55 procent aan dat ze een diagnose hadden van huisarts of medisch specialist. Rond de zes procent kreeg de diagnose vanuit de alternatieve geneeskunde.

long-covid test

Contact met zorgverleners

Jongeren met post-covid en jongeren die daarvan hersteld waren hadden het vaakst contact met de huisarts. Met andere (tweedelijns) zorgverleners hadden herstelde jongeren veel minder vaak contact. Waarschijnlijk komt dit vooral omdat deze groep meestal korter en minder ernstige klachten had. Vergeleken met jongeren die hersteld waren, hadden jongeren die nog post-covid hadden juist vaker contact met verschillende zorgverleners. Het percentage dat geen contact met zorgverleners had halveerde dan ook bijna, van negentien procent in juni 2024 naar negen procent in september 2025 (zie grafiek).

Ontvangen mantelzorg

Tussen september 2024 en september 2025 gaf een steeds groter deel van de jongeren met post-covid aan dat ze hulp kregen van een familielid of bekende (zie grafiek). Welke hulp ze het vaakst ontvingen verschilde. Ongeveer een derde kreeg huishoudelijke hulp, zoals stofzuigen, boodschappen doen of het klaarmaken van eten. In juni 2025 gaf zelfs 43 procent aan dat ze huishoudelijke hulp kregen. Tussen de 22 en 34 procent ontving hulp bij praktische dingen, bijvoorbeeld bij bezoeken aan de huisarts of ondersteuning bij wandelen. Daarnaast was er een duidelijke toename in het aandeel jongeren met post-covid dat lichamelijke verzorging kreeg van een familielid of bekende. Dit ging bijvoorbeeld om hulp bij het douchen of het nemen van medicijnen. In juni en september 2025 bleek dat ruim een derde tot bijna twee vijfde (34 tot 39 procent) van de jongeren met post-covid ook emotionele steun kreeg.

Invloed van post-covid op school- en studiedeelname

Tussen december 2024 en september 2025 wisselde het sterk in hoeverre jongeren met post-covid lessen of colleges konden volgen voor hun school of opleiding (zie grafiek). Over het geheel genomen daalde het percentage jongeren met post-covid dat evenveel lessen of colleges volgde als voordat hun klachten begonnen, terwijl juist iets meer jongeren aangaven dat ze een deel van de lessen of colleges volgde. Vergeleken met december 2024 antwoordden meer van deze jongeren in 2025 dat ze volledig waren ziekgemeld of uitgeschreven bij hun school of opleiding.

Schoolachterstand en studievertraging

Tussen december 2024 en september steeg het percentage jongeren met post-covid dat vanwege hun klachten studievertraging of een schoolachterstand had opgelopen. Ook het percentage dat langer over hun school of studie had gedaan, nam toe. Tussen de 30 en 36 procent had geen school- of studievertraging, terwijl onder van post-covid herstelde jongeren meer dan de helft geen studievertraging had opgelopen door hun klachten.

Werk

In hoeverre hun klachten ervoor zorgde dat jongeren met post-covid minder gingen werken of stopten met werken verschilde door de tijd heen (zie grafiek). Als de percentages van wie evenveel werkt of deels werkt bij elkaar worden opgeteld, blijkt wel dat een steeds groter deel van de jongeren met post-covid aangaf (deels) te kunnen werken, van 59 procent in december 2024 naar 68 procent in september 2025. Tegelijkertijd bleven de percentages van volledig ziekgemeld en gestopt met werk samen steeds ongeveer negentien procent.

Extra onderzoeksvragen

Jongeren die post-covid hadden of daarvan waren hersteld schreven meerdere keren over hun ervaringen. Zo misten ze het om mee te kunnen doen aan de maatschappij. Een deel voelde zich beperkt in het sociale leven. Door een tekort aan energie hadden zij minder contact met vrienden en familie. Ze misten ook het kunnen meedoen aan activiteiten van school, werk, sport of verenigingen. Daarnaast was er niet altijd begrip en erkenning voor wat ze meemaakten. Verder had een ruime meerderheid ervaren dat zorgprofessionals en mensen om hen heen hun klachten niet serieus namen.

  • Hoe heeft post-covid invloed je leven? (juni 2023)
  • Je hebt aangegeven dat je minder werkt of bent gestopt met werken doordat je post-covid hebt. Kan je inmiddels weer meer werken? (juni 2024)
  • Hoe heeft post-covid invloed op jouw sociale contacten? (juni 2024 en december 2024)
  • Welke hulp of steun had je graag gehad voor post-covid, maar heb je niet ontvangen? (december 2024)
  • Welke behandelingen heb je gehad voor post-covid? (december 2024 tot en met september 2025) 
  • Ben je positief getest op corona voordat je post-covid kreeg? (juni 2025 en september 2025)
  • Wanneer zijn je post-covid klachten begonnen? (juni 2025)
  • Waarom maak je je zorgen om post-covid te krijgen? (maart 2025 tot en met september 2025) 
  • Heb je in de afgelopen drie maanden mantelzorg gegeven aan een dierbare met post-covid? (maart 2025 tot en met september 2025) 
  • Belasting van post-covid mantelzorgers, zoals ik kom hierdoor te weinig aan mijn eigen leven toe en de situatie eist voortdurend mijn aandacht (juni 2025)
  • Sociale erkenning van post-covid, zoals de meeste mensen kunnen niet begrijpen wat ik meemaak en mijn familie toont veel begrip voor mijn situatie (juni 2025)