Onder diagnostische stralingstoepassingen verstaan we alle medische verrichtingen waarbij ioniserende straling wordt gebruikt voor beeldvorming. Radiologische interventies en hartkatheterisaties worden hier dus ook gerekend tot diagnostische verrichtingen. Diagnostiek is verder onderverdeeld in röntgen (exclusief Computer Tomografie), Computer Tomografie (CT), extramurale röntgenonderzoeken en nucleair geneeskundige onderzoeken. Als achtergrondinformatie, voor het verklaren van trends, zijn ook enkele gegevens opgenomen over beeldvormende technieken die geen gebruik maken van ioniserende straling, zoals echografie en MRImagnetic resonance imaging.

Bijdrage diagnostische verrichtingen aan de gemiddelde effectieve dosis

De gemiddelde effectieve dosis per inwoner als gevolg van medische diagnostiek in 2016 is 1,2 mSvmillisievert. De relatieve bijdragen van verschillende vormen van onderzoek aan de gemiddelde effectieve dosis zijn te zien in figuur 1 en 2. De stralingsdoses in figuur 1 zijn berekend op basis van ICRPInternational Commission on Radiological Protection-103. In figuur 2 is de analyse van de stralingsdoses uitgevoerd op basis van ICRP-60 ter vergelijking met voorgaande jaren (zie ook Maat voor de stralingsbelasting). In figuur 3 worden de totale doses van de verschillende typen van medische diagnostiek van de afgelopen jaren weergegeven.

Verdeling van de gemiddelde effectieve dosis ten gevolge van medische diagnostiek in Nederland in 2016 (ICRP-103)

Figuur 1: Verdeling van de gemiddelde effectieve dosis ten gevolge van medische diagnostiek in Nederland in 2016 (ICRP-103).

Verdeling van de gemiddelde effectieve dosis ten gevolge van medische diagnostiek in Nederland in 2016 (ICRP-60)

 

Figuur 2: Verdeling van de gemiddelde effectieve dosis ten gevolge van medische diagnostiek in Nederland in 2016 (ICRP-60).

Het grootste deel van de stralingsbelasting komt voor rekening van intramurale radiologie, waarvan CT-onderzoek de belangrijkste bijdrage levert. De nucleair geneeskundige onderzoeken dragen voor ongeveer 8% bij. De bijdrage van extramurale röntgendiagnostiek (tandheelkundige röntgenonderzoeken, mammografie-, en tbctuberculose-screening) is klein (< 4%).

 

Totale effectieve dosis in de jaren 2002 en 2005 t/m 2016 met de bijbehorende onderverdeling van de verschillende typen van medische diagnostiek. De doses in de jaren 2002 en 2005 t/m 2015 zijn op basis van ICRP-60. De stralingsdoses in 2016 zijn op basis van ICRP-60 én ICRP-103

Figuur 3: Totale effectieve dosis in de jaren 2002 en 2005 t/m 2016 met de bijbehorende onderverdeling van de verschillende typen van medische diagnostiek. De doses in de jaren 2002 en 2005 t/m 2015 zijn op basis van ICRP-60. De stralingsdoses in 2016 zijn op basis van ICRP-60 én ICRP-103.

Internationaal overzicht

De gemiddelde effectieve dosis per inwoner als gevolg van medische diagnostiek is te vergelijken met andere landen. Hierbij moet worden opgemerkt dat door een verschil in organisatie van de gezondheidszorg en in gebruikte methodieken een juiste interpretatie van internationale verschillen gecompliceerd is. In figuur 4 is voor verschillende landen de gemiddelde effectieve dosis per inwoner weergegeven. In Nederland is de gemiddelde stralingsdosis lager dan in de meeste andere Europese landen. Deze vergelijking is gemaakt met data uit de periode 2009-2011 en bevat alleen de categorie radiologie.

 

Figuur 4: Vergelijking van de gemiddelde effectieve dosis per inwoner tussen 36 landen in Europa in de periode 2009-2011; röntgenfoto’s (blauw), doorlicht onderzoeken (rood), CT-scans (groen), interventie radiologie (paars).

Bron: Dose Datamed

Trend in aantallen verrichtingen

Het aantal CT-onderzoeken laat vanaf begin jaren '90 een duidelijke toename zien. In 1991 werden er ongeveer 360.000 CT-onderzoeken uitgevoerd, in 2016 is dit aantal gestegen naar ruim 1,7 miljoen. Het totale aantal röntgenverrichtingen (excl. CT) in ziekenhuizen is gestegen tot 9,8 miljoen in 2010 met daarna een lichte daling naar ongeveer 8,5 miljoen in 2016. Het aantal nucleair geneeskundige verrichtingen in ziekenhuizen was in 2016 ongeveer 369.000, dit is een ruime stijging van het aantal verrichtingen dat in 1991 werd uitgevoerd (zie figuur 5).

 

Overzicht van het totaal aantal röntgen-, CT-, en nucleair geneeskundige onderzoeken in Nederlandse ziekenhuizen van 1991 tot en met 2016. Let op de onderbreking in de y-as

Figuur 5: Overzicht van het totaal aantal röntgen-, CT-, en nucleair geneeskundige onderzoeken in Nederlandse ziekenhuizen van 1991 tot en met 2016. Let op de onderbreking in de y-as.

In de Jaarverslagen Zorg worden met behulp van Zorg Activiteit codes (ZAzorgactiviteit-codes) de diagnostische verrichtingen uitgevraagd per ziekenhuis. Sinds 2016 is een nieuwe ZA-codering toegevoegd voor het uitvoeren van een CT-onderzoek voorafgaand aan een PETpolyethylene terephthalate- of SPECT-onderzoek. Een dergelijk CT-onderzoek wordt regelmatig verricht en zou voorheen wellicht onder de categorie ‘overig’ of niet zijn geregistreerd. Dit zou de stijging in het totaal aantal CT-onderzoeken in 2016, naast de jaarlijkse toename, kunnen verklaren.

Tot 2016 zijn botdensitometrische onderzoeken welke buiten de afdeling nucleaire geneeskunde werden verricht, zoals binnen de afdeling radiologie, niet meegerekend in het totaal aantal botdensitometrische onderzoeken. Om een volledig overzicht van deze onderzoeken te verkrijgen is besloten alle botdensitometrische onderzoeken op te nemen binnen de nieuwe categorie ‘dexa’ onder de radiologische verrichtingen, aangezien deze onderzoeken tegenwoordig met radiologische apparatuur worden verricht. Dit is tevens met terugwerkende kracht doorgevoerd voor de jaren 2014, 2015 en 2016. Dit resulteert in een daling in het aantal nucleair geneeskundige verrichtingen tussen 2013 en 2014.

Intramurale en extramurale medische beeldvorming

Binnen ziekenhuizen worden veel verschillende beeldvormende technieken gebruikt. Radiologische onderzoeken zoals CT, angiografie, fluoroscopie etc. maken daarbij gebruik van röntgenstraling. Daarnaast zijn er beeldvormende technieken die geen gebruik maken van ioniserende straling, zoals MRImagnetic resonance imaging en echografie. Laatstgenoemde onderzoeken leveren geen bijdrage aan de stralingsbelasting. Ze worden hier besproken omdat er verschuivingen in gebruik kunnen plaatsvinden tussen de verschillende vormen van diagnostiek.

In het kader van de dosisschatting voor de Nederlandse bevolking door medische diagnostiek zijn de intramurale radiologische verrichtingen veruit het belangrijkst. Het grootste deel van medische diagnostiek wordt in ziekenhuizen gedaan en sommige van deze onderzoeken gaan gepaard met een relatief hoge effectieve dosis voor de patiënt (bijvoorbeeld CT-onderzoeken en interventies). Om tot een dosisschatting te komen is met name gebruik gemaakt van dosisgegevens uit het Demonstratieproject Patiëntendosimetrie radiologie.

De medische toepassingen met ioniserende straling die extramuraal plaatsvinden bestaan voornamelijk uit diagnostische röntgenverrichtingen (conventionele radiologie). Verreweg het grootste deel bestaat uit tandheelkundige opnamen uitgevoerd door tandartsen en orthodontisten. In het kader van bevolkingsonderzoek naar borstkanker worden screeningsmammogrammen extramuraal uitgevoerd. Daarnaast worden bij de GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst'en röntgenonderzoeken voor TBCtuberculose-screening verricht. Van deze drie extramurale vormen van röntgendiagnostiek zijn hier gegevens opgenomen, omdat ze het grootste deel van de stralingsbelasting door medische diagnostiek buiten het ziekenhuis vormen (Brugmans et al., 2001b). Verder zijn er ook enkele gegevens opgenomen over röntgenverrichtingen binnen het ministerie van Defensie om de omvang van deze categorie aan te geven. Mogelijke andere plaatsen waar diagnostische röntgenverrichtingen plaats kunnen vinden zijn onder andere: diagnostische centra, privé-klinieken, praktijken van huisartsen of bij bedrijfsartsen. Zelfstandige behandelcentra (ZBCzelfstandig behandelcentrum’s) worden hier niet gerekend onder de extramurale zorg.

De gemiddelde effectieve dosis per inwoner door extramurale verrichtingen is in 2016 geschat op 0,04 mSv, dit is ongeveer 3,2% van de totale dosis ten gevolge van medische diagnostiek. Dit betreft een lichte stijging ten opzichte van voorgaande jaren. De stijging van de stralingsdosis is grotendeels toe te schrijven aan de verhoogde weefselweegfactor voor borstweefsel in ICRP-103 ten opzichte van ICRP-60. Aangezien het jaarlijkse borstonderzoek (mammascreening) extramuraal wordt uitgevoerd resulteert de aangepaste weefselweegfactor in een stijging in de gemiddelde effectieve dosis per inwoner door extramurale verrichtingen.

Begin van de pagina