Door toediening van een radioactieve stof kan een therapeutisch effect worden bereikt. Op onderstaande pagina is het aantal nucleair geneeskundige behandelingen (therapieën) en de verdeling hiervan weergegeven.

Bij nucleair geneeskundige therapie worden patiënten behandeld door toediening van een radioactieve stof. De in Nederland gangbare therapieën staan beschreven in de Procedure Guidelines Nuclear Medicine, Esser (2016). Enkele voorbeelden van therapieën zijn behandeling van skeletmetastasen (Sr-89strontium isotoop 89, Re-186Rhenium isotoop 186, Sm-153samarium isotoop 153), schildklieraandoeningen (I-131jodium isotoop 131) en radiosynoviorthesis (Y-90yttrium isotoop 90, Re-186, Er-169Erbium isotoop 169). Andere therapieën zijn behandeling van pleura-exsudaat /ascites met radioactief colloïd, polycythaemia vera met P-32Fosfor isotoop 32 en neuro-endocriene tumoren (MIBGMeta-Iodo-Benzyl-Guanidine I-131). Aandoeningen van de schildklier zijn voor meer dan 80% van de therapieën de indicatie.

Uit het Jaardocument Zorg van 2016 blijkt dat 42 erkende algemene ziekenhuizen, soms met meerdere locaties, en 2 erkende categorale ziekenhuizen nucleair geneeskundige therapieën uitvoeren. Daarnaast voeren 8 academische ziekenhuizen nucleair geneeskundige behandelingen uit. In totaal betreft het 52 instellingen.

Bij nucleair geneeskundige therapie krijgt de patiënt de activiteit toegediend in de vorm van een radiofarmacon dat een stralingsdosis op de juiste plek in het lichaam afgeeft. De stralingsdosis van een behandeling met een radiofarmacon is patiënt afhankelijk. De NVNGNederlandse Vereniging voor Nucleaire Geneeskunde doet voor een aantal therapieën aanbevelingen betreffende de hoeveelheid toe te dienen activiteit (Procedure Guidelines Nuclear Medicine, Esser, 2016). De hoeveelheid toe te dienen activiteit kan bijvoorbeeld gebaseerd zijn op het lichaamsgewicht van een patiënt (Sr-89 bij skeletmetastasen) of op het gewicht van het te behandelen orgaan (I-131 bij verkleining van een euthyreoot struma). In sommige gevallen wordt ook wel een standaard hoeveelheid activiteit aanbevolen (radiosynoviorthesis).

Sinds 2016 is een nieuwe ZAzorgactiviteit codering in de jaarlijkse vragenlijst opgenomen ten behoeve van de bottherapie met radium-223. Deze categorie is dan ook vanaf 2016 toegevoegd in de analyse naar nucleair geneeskundige behandelingen.

In 2016 valt het merendeel van het aantal nucleair geneeskundige behandelingen in de categorie schildkliercarcinoom (I-131). Het totaal van schildklierbehandelingen (hyperthyreoïdie, euthyreoot struma en schildkliercarcinoom) is verantwoordelijk voor het grootste aandeel van alle nucleair geneeskundige behandelingen die worden uitgevoerd in de ziekenhuizen. Het totale aantal nucleair geneeskundige behandelingen in 2016 is geschat op 3647.

Verdeling van nucleair geneeskundige therapieën in algemene, academische en categorale ziekenhuizen in 2016

Figuur 1: Verdeling van nucleair geneeskundige therapieën in algemene, academische en categorale ziekenhuizen in 2016.

De leeftijdsafhankelijkheid van de behandelfrequentie bij nucleaire geneeskunde, zoals gehaald uit de gegevens van ziektekostenverzekeraars, laat een wat grillig verloop zien (figuur 2). De verdeling is echter gebaseerd op een gering aantal declaraties uit 2000. Wel is te zien dat op jeugdige leeftijd relatief weinig behandelingen worden verricht.

 

Figuur 2: Leeftijdverdeling van ziekenfondsverzekerden voor nucleair geneeskundige therapieën