Door toediening van een radioactieve stof kan een therapeutisch effect worden bereikt. Op onderstaande pagina is het aantal nucleair geneeskundige behandelingen (therapieën) en de verdeling hiervan weergegeven.

Bij nucleair geneeskundige therapie worden patiënten behandeld door toediening van een radioactieve stof. De in Nederland gangbare therapieën staan beschreven in de Procedure Guidelines Nuclear Medicine (Esser 2016). Enkele voorbeelden van therapieën zijn behandeling van skeletmetastasen (Ra-223, Sr-89 strontium isotoop 89 (strontium isotoop 89), Re-186 Rhenium isotoop 186 (Rhenium isotoop 186), Sm-153 samarium isotoop 153 (samarium isotoop 153)), van schildklieraandoeningen ( I-131 jodium isotoop 131 (jodium isotoop 131)) en radiosynoviorthesis ( Y-90 yttrium isotoop 90 (yttrium isotoop 90), Re-186, Er-169 Erbium isotoop 169 (Erbium isotoop 169)). Andere therapieën zijn behandeling van pleura-exsudaat /ascites met radioactief colloïd, polycythaemia vera met P-32 Fosfor isotoop 32 (Fosfor isotoop 32) en neuro-endocriene tumoren ( MIBG Meta-Iodo-Benzyl-Guanidine (Meta-Iodo-Benzyl-Guanidine) I-131). Aandoeningen van de schildklier zijn voor 60% van de therapieën de indicatie.

Uit het Jaardocument Zorg van 2019 blijkt dat 41 erkende algemene ziekenhuizen, soms met meerdere locaties, en 2 erkende categorale ziekenhuizen nucleair geneeskundige therapieën uitvoeren. Daarnaast voeren alle 8 academische ziekenhuizen nucleair geneeskundige behandelingen uit. In totaal betreft het 51 instellingen.

Bij nucleair geneeskundige therapie krijgt de patiënt de activiteit toegediend in de vorm van een radiofarmacon dat een stralingsdosis op de juiste plek in het lichaam afgeeft. De stralingsdosis van een behandeling met een radiofarmacon is patiënt-afhankelijk. De NVNG Nederlandse Vereniging voor Nucleaire Geneeskunde (Nederlandse Vereniging voor Nucleaire Geneeskunde) doet voor een aantal therapieën aanbevelingen betreffende de hoeveelheid toe te dienen activiteit (Procedure Guidelines Nuclear Medicine, Esser, 2016). De hoeveelheid toe te dienen activiteit kan bijvoorbeeld gebaseerd zijn op het lichaamsgewicht van een patiënt (Sr-89 bij skeletmetastasen) of op het gewicht van het te behandelen orgaan (I-131 bij verkleining van een euthyreoot struma). In sommige gevallen wordt ook wel een standaard hoeveelheid activiteit aanbevolen (radiosynoviorthesis).

Het totaal van het aantal schildklierbehandelingen (hyperthyreoïdie, euthyreoot struma en schildkliercarcinoom) is verantwoordelijk voor 35 procent van alle nucleair geneeskundige behandelingen die worden uitgevoerd in de ziekenhuizen. Daarna volgt met 19 procent de behandeling van prostaatmetastasen met radium-223 . In 2019 is de behandeling van levertumoren met I-131 geen enkele keer uitgevoerd. Het totale aantal nucleair geneeskundige behandelingen in 2019 is geschat op 3340. In 2018 was het totaal aantal therapieën 3139. In 2019 is het aantal nucleaire therapieën gestegen met 6%.

Figuur 1: Verdeling van het aantal toedieningen ten behoeve van nucleair geneeskundige therapie  in algemene, academische en categorale ziekenhuizen in 2019.

De leeftijdsafhankelijkheid van de behandelfrequentie bij nucleaire geneeskunde, zoals gehaald uit de gegevens van ziektekostenverzekeraars, laat een wat grillig verloop zien (figuur 2). De verdeling is echter gebaseerd op een gering aantal declaraties uit 2000. Wel is te zien dat op jeugdige leeftijd relatief weinig behandelingen worden verricht.

 

Figuur 2: Leeftijdverdeling van ziekenfondsverzekerden voor nucleair geneeskundige therapieën