Er zijn verschillende soorten röntgenverrichtingen die ieder een eigen gemiddelde effectieve dosis hebben.

De gemiddelde effectieve dosis voor de verschillende typen röntgenonderzoek varieert van 0,04 tot circa 10 mSvmillisievert, zie tabel 1. Deze waarden zijn met de frequentie gewogen gemiddelden voor de verschillende categorieën. In Nederland wordt de dosis per radiologische verrichting niet structureel bepaald. Voor de schatting vanaf het jaar 2002 is met name gebruik gemaakt van gegevens afkomstig uit het Demonstratieproject Patiëntendosimetrie radiologie, hier en daar aangevuld met gegevens uit de literatuur. Gedurende 2010 en 2011 werden nieuwe dosisgegevens verzameld in het onderzoek Inventarisatie van patiëntendosis door radiologisch onderzoek (2010 en 2011)

Per verrichting kan de dosis aanzienlijk verschillen. De dosis voor één PA- (Posterior-Anterior) thoraxopname binnen het Demonstratieproject Patiëntendosimetrie radiologie varieert van 0,012 tot 0,026 mSv. Een vergelijkbare spreiding in dosis wordt ook gezien in een onderzoek onder 25 Nederlandse ziekenhuizen (van Soldt et al., 2003). De dosis in onderstaande tabellen voor X-thorax is de gewogen gemiddelde effectieve dosis voor een thoraxonderzoek, wat niet hetzelfde is als één thorax-opname.

Een voorbeeld van een verrichting uit de hand/bucky categorie is een APAnterior Posterior-(Anterior Posterior)bekken opname. De minimum dosis voor deze verrichting binnen het Demonstratieproject Patiëntendosimetrie radiologie is 0,09 mSv en de maximum dosis 0,66 mSv. Dit geeft aan hoeveel variatie er tussen verschillende ziekenhuizen kan zijn als het gaat om de dosis voor één opname. Per onderzoek, dat in verschillende ziekenhuizen met een verschillend aantal of type opnamen wordt gedaan, kan de spreiding in de effectieve patiëntendosis nog groter zijn. De categorieën in onderstaande tabellen bestaan uit een grote groep verschillende verrichtingen waarvan de doses sterk kunnen variëren.

Vanaf 6 februari 2018 is het Besluit stralingsbescherming (BsBesluit stralingsbescherming) vervangen door het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming (BbsBesluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming). Hierdoor geldt de verplichting om de stralingsdoses in de gegevensanalyse op basis van ICRPInternational Commission on Radiological Protection-103 vast te stellen. Voorheen waren de dosisgegevens gebaseerd op ICRP-60 (zie ook Maat voor de stralingsbelasting). In tabel 1 zijn dosiswaarden opgenomen op basis van ICRP-60 en ICRP-103.

Tabel 1 Gemiddelde effectieve dosis per onderzoek voor verschillende typen röntgenverrichtingen op basis van ICRP-60 en ICRP-103.

Categorie onderzoek

Gemiddelde effectieve dosis (mSv)

(ICRP-60)

Gemiddelde effectieve dosis (mSv)

(ICRP-103)

Hand/bucky (exclusief thorax)

0,13

0,13

Thorax-onderzoek

0,04

0,04

Mammografie

0,35

0,84

Doorlichting/contrast

3,6

3,2

Angiografie coronair (diagnostische en interventie)

6,9

6,9

Angiografie overig (diagnostisch en interventie)

12

9,8

Röntgengeleide interventies (exclusief angiografie)

5,3

5,3